22-01-24

Afgelopen weken hebben we te maken gehad met verschillende vorstperiodes. Voor een groot deel van akkerbouwend Nederland een moment om achterstallig werk op het land in te halen. Immers, als de grond bevroren is kan er met weinig schade aan de bodem gewerkt worden. Vóór de vorst was het simpelweg te nat om iets te doen.

Voor sommige mensen is nietsdoen een zegen waar reikhalzend naar uitgekeken wordt. Voor anderen is het eerder een gevoel van schaamte. Iets waar je achteraf ontzettend veel spijt van kan hebben. Onder die laatste groep schaar ik mezelf ook, al is de dwang om ‘maar iets te doen’ kleiner dan vroeger. Onlangs hoorde ik tijdens een theatervoorstelling van Oersterk dat regelmatig een uurtje ‘lummelen’ eigenlijk heel gezond is.

Maar terug naar het land. Afgelopen herfst vond ik het te nat om de akkers voor de aardappelen en suikerbieten klaar te leggen. Iets dat we normaal gesproken op onze, gedeeltelijk pittige, kleigrond wel gewend zijn te doen. Eigenlijk hoe eerder hoe beter, zodat de grond goed kan verweren is het idee. Afgelopen jaren heb ik echter ervaren dat, hoe mooi de grond ook de winter ingaat, in het voorjaar bewerken problemen geeft. Zeker in de (almaar) drogere voorjaren.

Al jaren staat de ploeg bij ons aan de kant, die is onlangs zelfs verkocht. Tarwe zaaien we met een voorzetwoeler en de rest leggen we winterklaar met een krukasspitter. Maar dit seizoen dus niet. Ik heb ’t aangedurfd mijn geduld te bewaren en nagenoeg niets te doen. De groenbemester op het aardappelland is vorstgevoelig. Die is inmiddels goed afgestorven en straks behapbaar voor de freesmachine. Op het bietenland stond nog gele mosterd van bijna één meter hoog. De vorstperiode heb ik aangegrepen om die te maaien.

Afgelopen week heb ik op meerdere plekken wat in de grond gespit. Eigenlijk blij verrast hoe mooi de structuur is. Ook het aantal wormen dat ik aantrof deed me goed. Bovenop was de klei wel iets vet, maar onderin zeker niet nat. En het voordeel is dat het land nu vlak ligt, iets dat met ploegen of spitten nog wel eens tegenvalt.

Maar ik juich nog niet. Want op bijna alle plekken vond ik eitjes van slakken. Het bedekt houden van het land is een walhalla voor deze beesten. Dát wordt dan weer een uitdaging in het voorjaar. En als we nu weer een ontzettend nat voorjaar krijgen? Droogt het land dan wel voldoende met al die bedekking erop? Kan ik dan wel een beetje tijdig beginnen? Dan zal ik ook m’n geduld moeten bewaren.

Als de gewassen er komende zomer mooi op staan, dan pas is er reden om te juichen. Of misschien maar wat bescheiden blijven, een kleine glimlach. Of wellicht staat het huilen me wel nader dan het lachen. We zullen zien.

groenbemester maaien akker vergroening nkg