29-11-2023

Is het niet vreemd dat telers nog veelal worden afgerekend op uiterlijke kwaliteit? En niet zozeer op voedingswaarde?

Onlangs hield ik een lezing over hoe op ons akkerbouwbedrijf de bodem al heel lang centraal staat. En hoe wij sinds een aantal jaren onze aardappelen bemesten op basis van behoefte, gemeten op meerdere momenten in de teelt. Waarbij we veel meer rekening houden met wat nog in de bodem aanwezig is tijdens het groeiseizoen.

Tijdens het maken van de presentatie werd ik getriggerd door een aantal zaken;

  • het organische stof gehalte van onze akkers stijgt. Waar dit voor vele akkerbouwers een uitdaging is, leid ons extensief bouwplan (met meerendeel granen en maximale inzet van groenbemesters) tot hogere gehaltes. En vooral sinds we structureel vaste organische mest toepassen én gestopt zijn met ploegen.
  • de stikstofvoorziening uit kunstmest van onze aardappelen daalt. Dit bij gelijkblijvende opbrengsten. De ratio input/output laat echt een grote daling zien.
  • in plaats van stikstof voeden we onze aardappelen veel meer met sporenelementen. Dit zorgt voor een betere balans in de groei. En we zien ook dat het uiteindelijke product meer van deze elementen bevat.
  • het gehalte droge stof van onze aardappelen ligt hoger dan gemiddeld. De rest van een aardappel is water. Dus zou de voedingswaarde van onze aardappelen wel eens beter kunnen zijn. Consumenten eten steeds minder onbewerkte aardappelen. Eet dan zeker die met een betere voedingswaarde!

Vooral het laatste punt heeft mijn interesse gewekt. Dit is aangewakkerd tijdens de lezing van de Voedselfamilies op 1 november. Het thema ‘bodem, buik en bacterien’ legde het (schijnbare) verband tussen deze drie aspecten. Maar ook in hoeverre gezonde voeding bijdraagt aan de beheersing van chronische ziekten. Eén belangrijke vraag die vaker gesteld mag worden is; ‘wat eet je eten’?